#Lezing: Boren in de diepvrieskou van Antarctica

Boren in de diepvrieskou van Antarctica
lezing door dr. Peter Bijl

Op zondag 5 februari om 13.00 uur organiseert GEA Kring Rijnland de laatste Leidse Winterlezing van dit seizoen in Naturalis.
Dr. Peter Bijl doet onderzoek op de Zuidpool om erachter te komen waarom de aarde na een broeikasperiode weer is afgekoeld. Tijdens deze lezing vertelt hij met film en foto over de resultaten en ontberingen.

Tijdens de broeikasperiode in het Eoceen, 55 miljoen jaar geleden, stonden er nijlpaarden in de tropische modderpoelen van de Noordpool. Dat CO2 daarbij een centrale rol speelde, toonde de onderzoeksgroep van prof. Henk Brinkhuis aan. Het onderzoek gaat voort en er wordt nu gezocht naar antwoorden op de vragen: Waarom is de aarde na deze broeikasperiode weer afgekoeld? Hoe is vervolgens een ijskap op de Zuidpool ontstaan? Dr. Peter Bijl heeft deelgenomen aan een expeditie naar de Antarctische kustgebieden om onder bikkelharde omstandigheden een antwoord te vinden op deze belangrijke vragen. Tijdens zijn lezing zal hij de resultaten met ons delen. Ook zal hij vertellen over de expeditie zelf, met foto’s en video.

De lezing vindt plaats in de Cinema van Naturalis. Leden van GEA en van NGV en hun gezin hebben gratis toegang op vertoon van de lidmaatschapskaart. Indien u geen lid bent is de lezing gratis op vertoon van een toegangsbewijs tot het museum. Houdt rekening met een kwartiertje wandelen van de ingang van het museum naar de filmzaal. Het kan druk zijn, dus wees op tijd. Meer informatie: http://leidsewinterlezingen.nl

Dit was de laatste lezing uit deze serie Leidse Winterlezingen. Vanaf november 2012 begint een nieuwe serie  van vier boeiende lezingen over aarde en klimaat. De lezingen worden gehouden in Naturalis en georganiseerd door GEA Kring Rijnland voor iedereen met belangstelling voor onze planeet. De sprekers zijn bekende wetenschappers die weten hoe je de nieuwsgierigheid van een breed publiek moet prikkelen. Ze vertellen over hun eigen fascinerende onderzoeksresultaten en soms barre expedities. Kijk voor meer informatie op www.leidsewinterlezingen.nl.

#Persbericht: Feestelijke afsluiting van de tentoonstelling één plus één plus één in het Mondriaanhuis

Op zondag 15 januari wordt in het Mondriaanhuis in Amersfoort de tentoonstelling één plus één plus één feestelijk afgesloten. Om 14.30 uur is er een laatste rondleiding door de tentoonstelling. Aansluitend treedt tussen 15.30 en 17.00 uur het strijktrio van Muriel Boeke (viool), Wendela Pameijer-Lensvelt (altviool), en Frank Pameijer (cello) op. Zowel de toegang tot het Mondriaanhuis als deelname aan de rondleiding zijn gratis op de laatste dag van de tentoonstelling.

De tentoonstelling één plus één plus één toont werk van drie kunstenaars: Wim Biewenga (‘t Zandt- Groningen 1939), Carel Blotkamp (Zeist 1945) en Tilman (München 1959). Hun werk is in drie afzonderlijke presentaties naast elkaar op de bovenverdieping te zien. De kunstenaars hebben met elkaar gemeen dat ze zich op een bijzondere manier verhouden tot Mondriaan en tot de abstracte kunst. Te zien is hoe hun gemeenschappelijke belangstelling voor Mondriaan en de traditie waar zijn kunst in staat, tot zeer verschillende resultaten kan leiden.

Vanaf  29 januari 2012 is in het Mondriaanhuis de tentoonstelling Evolutie te zien. Vier hedendaagse kunstenaars: Paul Drissen, Gijs Frieling, Menso Groeneveld en Gerben Koldijk transformeren de bovenzalen van het Mondriaanhuis tot een gezamenlijk totaalkunstwerk dat geïnspireerd is op Mondriaans drieluik Evolutie uit 1910-1911 en Mondriaans ideeën over de evolutie van de mensheid en hoe de beeldende kunst daaraan kan bijdragen.

8 februari organiseert Museum Flehite voor de tweede maal een Sam Drukker avond

SAM DRUKKER AVOND IN MUSEUM FLEHITE

woensdag 8 februari 2012,19.30 uur

Lezing en rondleiding door Sam Drukker
Op woensdag 8 februari organiseert Museum Flehite voor de tweede maal een Sam Drukker avond. De avond begint om 19.30 uur met een kop koffie of thee in de entreehal van het museum. Om 20.00 uur start in de historische Voorzitterszaal een lezing door Sam Drukker met aansluitend een bezoek aan de tentoonstelling Sam Drukker – Een dunne huid. Om circa 21.30 uur sluiten we de avond af met een drankje.

Virtuoos portretschilder
Sam Drukker volgde van 1977 tot 1982 een opleiding aan de Academie Minerva in Groningen. Hij kreeg er les van Matthijs Röling, de nestor van de noordelijke figuratieven. Drukker ontwikkelde zich tot virtuoos portretschilder, die werkt in een schetsmatige schilderstijl, waarin brede streken en subtiele details elkaar afwisselen. Hij gebruikt vaak onorthodoxe materialen als ondergrond voor zijn schilderijen zoals een tafelblad, een oude postzak of het doek van een zonnescherm.

Mensen vormen hét onderwerp van Sam Drukkers schilderkunst. De kunstenaar is niet alleen geïnteresseerd in het (naakte) lichaam, maar ook in de menselijke psyche, die tot uitdrukking wordt gebracht in de houding en de gezichtsuitdrukking van zijn modellen. In de tentoonstelling Een dunne huid is een representatieve selectie van zijn werk te zien. Daarnaast is er werk te zien van kunstenaars die hem inspireerden, zoals Isaac Israels, Marlene Dumas en Hans Bayens. Meer informatie over de tentoonstelling vindt u op www.museumflehite.nl.

Reserveren
De kosten voor de Sam Drukker avond zijn € 15,- p.p. inclusief toegang tot het museum. Het aantal plaatsen voor dit evenement is beperkt! U kunt reserveren via info@museumflehite.nl of telefonisch: 033 247 11 00.
De volgende bedrijven en particulieren ondersteunen Museum Flehite
Hoofdsponsor:    Rabobank Amersfoort en omstreken
Zaalpartners:    Familie Van ’t Eind, Pot verhuizingen / logistiek, Regardz, Reproka Visuele Communicatie, ROC ASA, Smink Afvalverwerking BV, Welkenhuijsen Kunstmakelaardij, Wolter & Dros, Van Zwol Wijntjes.
Sponsors:    Adviesbureau Haver Droeze, Amersfoortse Fotograaf, De Amersfoortse Verzekeringen, Baspartout, Cees Kamerbeek Fonds, Enbiun, Gilde Amersfoort, Jonkman Klinkhamer architecten, Keistad mobiele wanden, Ontwikkelingsbedrijf Vathorst, Real Estate Communication, Reproka Visuele Communicatie, Stadsherstel Amersfoort, Van Dijk Epe, Veldhuizen Beens Van de Castel notarissen, Technica ICT, Uitgeverij Bekking, Waterlijn.
Wilt u ook een bijdrage leveren aan het beheer en behoud van Amersfoorts cultureel erfgoed en aan onze tentoonstellingen over kunst en cultuur, gerelateerd aan Amersfoort? Neem dan contact op met Onno Maurer, hoofd en conservator o.maurer@museumflehite.nl T 033 247 11 05.

MUSEUM FLEHITE | Westsingel 50 | Amersfoort | T 033 247 11 00 | info@museumflehite.nl | www.museumflehite.nl | Postadres: Postbus 699 | 3800 AR Amersfoort

Deze nieuwsbrief verschijnt onregelmatig, circa 6 keer per jaar. Wilt u uw gegevens bijwerken of zich afmelden: Wijzig uw gegevens of meld u af van de nieuwsbrief..

Museum Flehite – Armando Museum Bureau – Mondriaanhuis – KadE / Architectuurcentrum Amersfoort maken deel uit van stichting Amersfoort in C

Sam Drukker – Een dunne huid verlengd t/m 19 februari

Sam Drukker – Een dunne huid
verlengd t/m 19 februari 2012

Wegens grote belangstelling heeft Museum Flehite de tentoonstelling Sam Drukker – Een dunne huid verlengd tot en met 19 februari 2012. In het museum zijn zo’n zeventig schilderijen van Sam Drukker tentoongesteld die samen een fraai overzicht vormen van zijn recente werk. Te zien zijn onder meer een serie boksers, (zelf)portretten en erotische tekeningen. Niet alleen Sam Drukkers eigen werk hangt in Flehite, maar ook zijn schilderkunstige inspiratiebronnen: uit zijn privécollectie is er werk van onder meer Isaac Israels, Erik Andriesse, Hans Bayens en Marlene Dumas. Bij de expositie verschijnt een gelijknamige publicatie, met bijdragen van Sim Visser en de kunstenaar zelf (Uitgeverij WBOOKS Zwolle, 160 pagina’s, € 29,95).

Een dunne huid
Mensen vormen hét onderwerp van Sam Drukkers schilderkunst. De kunstenaar is niet alleen geïnteresseerd in het (naakte) lichaam, maar ook in de menselijke psyche, die tot uitdrukking wordt gebracht in de houding en de gezichtsuitdrukking van zijn modellen. Sam Drukkers karakter maakt dat de modellen zich op hun gemak voelen en zich tijdens de schildersessies ook echt durven te tonen. Sam Drukker nadert het model met zijn schildersmateriaal tot op de huid, of kruipt daar -in overdrachtelijke zin natuurlijk- zelfs onder. De huid is dun. Letterlijk, omdat Sam Drukker vaak transparante partijen in zijn schilderijen laat ontstaan (waardoor de ondergrond doorschijnt), maar ook figuurlijk, omdat de schilder ‘onder de huid’ van het model zoekt naar de innerlijke eigenschappen van de geportretteerde.

Zelfportretten
Sam Drukker volgde van 1977 tot 1982 een opleiding aan de Academie Minerva in Groningen. Hij kreeg er les van Matthijs Röling, de nestor van de noordelijke figuratieven. Drukker ontwikkelde zich tot virtuoos portretschilder, die werkt in een schetsmatige schilderstijl, waarin brede streken en subtiele details elkaar afwisselen. Vaak vormen mensen uit zijn directe omgeving (en de schilder zelf) het onderwerp van zijn schilderijen. Eén van zijn recente zelfportretten, getiteld Wolk, schonk de kunstenaar aan Museum Flehite. Het werk is tot en met 19 februari op de tentoonstelling te zien. Wolk is geschilderd op een onconventionele ondergrond: het tafelblad van een kinderbureautje waarop de sporen van verf en krijt nog zichtbaar zijn. Drukker schildert vaak op afwijkende materialen, waarbij hij oneffenheden niet maskeert, maar juist tot onderdeel van zijn werk maakt.

Lezing door Sam Drukker
Op woensdag 8 februari organiseert Museum Flehite een speciale Sam Drukker avond. De avond begint om 19.30 uur met koffie en thee in de entreehal van het museum. Om 20.00 uur start een lezing door Sam Drukker met aansluitend een bezoek aan de tentoonstelling Sam Drukker – Een dunne huid. Om circa 21.30 uur sluiten we de avond af met een drankje. De kosten zijn € 15,- p.p. inclusief toegang tot het museum. Het aantal plaatsen voor dit evenement is beperkt! U kunt reserveren via info@museumflehite.nl of telefonisch: 033 247 11 00.

29 januari is er een arrangement rondom de roman Glijvlucht van Anne-Gine Goemans in Museum De Cruquius

PERSBERICHT
Januari 2012

Middag rondom roman Glijvlucht in stoomgemaal

Op zondagmiddag 29 januari is er een arrangement rondom de roman Glijvlucht van Anne-Gine Goemans in Museum De Cruquius. Een bijzondere belevenis met de schrijfster, muziek en ganzenvleeskroketjes!

Landingsbanen, ganzen, polderwerkers en stoomgemalen: in de nieuwe roman Glijvlucht van Anne-Gine Goemans speelt de Haarlemmermeer een prominente rol. Daarom is speciaal rondom haar boek een middag georganiseerd in  museum De Cruquius op zondag 29 januari. Het arrangement bestaat uit een rondleiding door het gemaal, een lezing door de schrijfster en een akoestisch optreden van Yorick van Norden die liedjes bij het boek maakte. Ook zal De keuken van het ongewenste dier, de nu al legendarische ganzenvleeskroketjes serveren.
Anne-Gine Goemans zal vertellen over haar drijfveren om de roman, genomineerd voor de BNG-prijs, in de Haarlemmermeer te situeren. Haar personages wonen op een spotterscamping naast een landingsbaan en verdienen hun brood met het verjagen van vogels. In Glijvlucht heeft Goemans ook een historische verhaallijn vervlochten: de drooglegging van de Haarlemmermeer. De vele duizenden mannen (en vrouwen) die onder barre omstandigheden ervoor zorgden dat water land werd. De hoofdstukken over de geschiedenis van de polder zijn een ode aan deze vergeten polderwerkers. “Wij zijn zo enthousiast over haar boek dat we samen met de bibliotheek en boekhandel Stevens besloten deze bijzondere middag te organiseren”, zegt Elise van Melis van het Historisch Museum Haarlemmermeer en Museum De Cruquius. “Iedereen in deze gemeente zou Glijvlucht in de boekenkast moeten hebben. Het is een prachtig verhaal en heel herkenbaar.”
Het arrangement begint om 14.00 uur met koffie en thee en een rondleiding door Museum De Cruquius. Daarna is  de schrijfster aan het woord, gevolgd door een  optreden van Yorick van Norden. Na de pauze wordt de middag afgesloten met het stellen van vragen en is er mogelijkheid tot het kopen en laten signeren van Glijvlucht. Deelnemers aan dit arrangement krijgen tevens een gratis entreebewijs voor een bezoek aan het Historisch Museum Haarlemmermeer.
Kaarten zijn verkrijgbaar a € 12,50 p.p bij Boekhandel Stevens op info.stevens@libris.nl of 023 – 5640905.

#Persbericht: Aangespoelde maanvis paar dagen te zien in @MuseumNaturalis

PERSBERICHT

Aangespoelde maanvis paar dagen te zien in Naturalis

De maanvis (Mola mola) die op Tweede Kerstdag aanspoelde op het strand van Egmond aan Zee is vanaf vandaag tot en met het weekend te zien in Naturalis. Hij is ca. 107 cm lang en 85 cm hoog (van vintip tot vintip). Deze vis is te groot om in een vitrine te leggen, vandaar dat het publiek hem vanaf de balustrade in het museum beneden in het magazijn kan bekijken.

In de Noordzee is de maanvis een zeldzame vis die onregelmatig aanspoelt op de Nederlandse kust. Als het gebeurt, is dat wel altijd in dezelfde periode: van half november tot half januari, vaak rond kerstmis. In 2011 zijn er inmiddels zeker zes maanvissen aangespoeld: behalve dit exemplaar werd er op 23 december een in Bergen aan Zee gevonden en eind december twee in Zeeland. Er zijn ook maanvissen gezien op het strand van Katwijk en van Wassenaar, maar deze waren later weer verdwenen. De verwachting is dat met de komende storm nog meer maanvissen zullen stranden. 2005 was een uitzonderlijk maanvisjaar omdat er 15 exemplaren aanspoelden.
De soort komt voor in alle oceanen, zowel in tropische als meer gematigde streken. In het najaar trekken maanvissen naar het zuiden. Afhankelijk van stromingen en westerstormen komt een deel van deze vissen in de ‘fuik’ van de Noordzee terecht, die echter te ondiep en te koud voor ze is.

Zwemmende kop
De maanvis (Mola mola) is onmiddellijk te onderscheiden van alle andere vissen door zijn merkwaardige vorm. Het lijkt alsof hij alleen bestaat uit een kop met twee lange vinnen. Hij wordt dan ook niet voor niets zwemmende kop genoemd. Het Latijnse woord mola betekent molensteen; grote exemplaren hebben de vorm en de afmeting van een molensteen en de huid heeft geen schubben maar is net zo ruw als een molensteen. De rugvin en anaalvin zijn uitgegroeid tot lange flappen die hij gebruikt als een soort roeispanen om vooruit te komen. Aan de achterzijde van het lichaam heeft hij geen staart, maar een brede beweegbare zoom die dienst doet als roer. Een maanvis is erg log; hij heeft alleen spieren om zijn vinnen en het staartroer te bewegen.

Kwal of plastic
Maanvissen eten voornamelijk kwallen, maar soms vergissen ze zich en slokken ze een plastic zak op. Het kan zijn dat ze in de Noordzee te weinig of verkeerd voedsel vinden. Om hierover meer duidelijkheid te krijgen, bekijkt visonderzoeker Martien van Oijen de maaginhoud, om te zien wat de vissen gegeten hebben.

#Persbericht: Het Klokhuis en Naturalis introduceren determinatie website voor kinderen

Het Klokhuis en Naturalis introduceren determinatie website voor kinderen

Website:            www.DierenZoeker.nl,
Online:                vanaf dinsdag 24 januari 2012

Je ziet iets. Een dier. Maar wat is het nou precies? Wat zie je daar krioelen in de kelder? Wat zie je daar spartelen in de sloot? Daar kun je achterkomen met de DierenZoeker. Een mobiele website, gemaakt door Het Klokhuis en Naturalis, waarop je dieren in en rond het huis kunt opzoeken. Je komt op eenvoudige wijze achter de naam van het beest en leert meer over zijn uiterlijk en gedrag.

Niet alleen gebruik je de DierenZoeker op een telefoon of op de computer, ook in de klas is het een handig hulpmiddel. Zodra de site op het smartbord verschijnt, kunnen de kenmerken van de gevonden dieren worden gezocht en is er meer over te leren.

Als je zoekt in de DierenZoeker bepaal je zelf welke kenmerken je invoert; bijvoorbeeld kleur, vorm of aantal poten. Alle dieren die aan de ingevoerde kenmerken voldoen rollen uit de DierenZoeker en zijn vervolgens op het scherm te zien. Zie je bijvoorbeeld een rode vogel in de winter? Dan klik je op Vogel – Winter – Rood, en krijg je alle rode vogels in de winter te zien. Zoals de roodborst, de koperwiek en de grote bonte specht.

In de database van de DierenZoeker staan op dit moment 110 dieren, zoals stadsvogels, spinnen, duizendpoten, vliegen, muggen en vlinders. Het komende jaar wordt de DierenZoeker aangevuld tot 400 soorten, zodat straks de meeste dieren die in en om het huis leven kunnen worden opgezocht.  Speciaal voor dit project laat Naturalis van alle dieren wetenschappelijk tekeningen maken waarop alle essentiële soortkenmerken duidelijk zichtbaar zijn.

Het TV programma Het Klokhuis besteedt elke maand aandacht aan dieren in de leefomgeving van kinderen. De komende maanden komen diverse dieren aan bod, zoals mieren, rupsen, torren, lieveheersbeestjes en slakken. Dinsdag 24 januari start Het Klokhuis met een aflevering over determineren. Wat is determineren, waarom wordt dat gedaan en hoe doe je dat eigenlijk?En hoe kunnen kinderen thuis aan de slag met De DierenZoeker?  Maurice gaat op onderzoek uit met bioloog John Smit.

#Persbericht: Nieuwe tentoonstelling: ‘Evolutie’ in het Mondriaanhuis

Vanaf zondag 29 januari 2012 is in het Mondriaanhuis in Amersfoort de tentoonstelling Evolutie te zien. De expositie wordt geheel ontworpen, ingericht en uitgevoerd door vier hedendaagse kunstenaars: Paul Drissen, Gijs Frieling, Menso Groeneveld en Gerben Koldijk. Mondriaans opvattingen over evolutie heeft de vier kunstenaars gestimuleerd bij hun ontwerp voor een soort totaalkunstwerk, een Gesamtkunstwerk.  Daarbij worden niet alleen de wanden en de vloeren beschilderd, maar ook borduurwerken en schilderijen opgehangen, tekeningen op de vloer uitgelegd, een enkel object neergezet en er worden zitbanken geplaatst.

De kunstenaars in overleg in het Mondriaanhuis
Paul Drissen (Oirsbeek [Schinnen] 1963), Gijs Frieling (1966 Amsterdam), Menso Groeneveld (Haarlem 1970) en Gerben Koldijk (Kampen 1966) laten zich bij deze tentoonstelling inspireren door het gedachtegoed van Piet Mondriaan. In het bijzonder door Mondriaans belangstelling voor de theosofie en zijn ideaal de mens te ontwikkelen, van een materialistisch en individugerichte persoon tot een vergeestelijkte en meer universeel gerichte, nieuwe mens. Die ontwikkeling waarbij de mens een steeds hoger niveau zou bereiken kon zich volgens Mondriaan het beste geleidelijk aan voltrekken. Zijn drieluik Evolutie dat hij in de jaren 1910-1911 schilderde geeft de belangrijkste stappen naar het meest vergeestelijkte niveau goed weer. De vrouw in het middenluik, die letterlijk boven de andere twee uitsteekt is het hoogst gestegen. Zij is het meest vergeestelijkt en het lichtst van kleur.
De schilderkunst speelde bij de evolutie van de vergeestelijking van de mensheid een belangrijke rol. Die had een voorbeeldfunctie en wees de mens de weg waarlangs dit mogelijk was. Toch was de route van tevoren niet duidelijk uitgestippeld en ook Mondriaan zei vaak dat niets vast stond. Het was voor hem evenzeer een kwestie van aftasten, van improviseren om de juiste weg te vinden. Juist die proefondervindelijke werkwijze heeft de vier kunstenaars geïnspireerd bij hun werk en in het bijzonder bij hun zoeken naar beelden, naar het vinden van de juiste kleuren, vormen en symbolen. Ze willen de ruimtes in het Mondriaanhuis transformeren en aaneenschakelen zodat de bezoeker bij zijn tocht door de zalen een reeks van nieuwe ervaringen ondergaat.
Over de kunstenaars

Paul Drissen is aan de Academie Beeldende Kunsten in Maastricht en de Ateliers in Amsterdam opgeleid en werkt sinds als onafhankelijk kunstenaar. Aan zijn werk (schilderijen, collages en constructies in de ruimte) zijn diverse eenmanstentoonstellingen gewijd. Opvallend is zijn aandacht voor en originele aanpak van de wijze waarop hij zijn kunst tentoonstelt. Hij gebruikt plafonds, vloeren en vides. Daarbij reduceert hij deze niet tot achtergrond, maar pakt ze aan als basiselementen van zijn kunst.

Gijs Frieling heeft naast zijn praktijk als kunstenaar enkele jaren (2007-2010) als directeur de kunstruimte W139 in Amsterdam geleid. Al sinds het begin van zijn loopbaan, na zijn opleiding aan de Amsterdamse Rietveldacademie en Rijksacademie van Beeldende Kunsten, werkt hij regelmatig samen met andere kunstenaars met wie hij hele interieurs en exterieurs van expositieruimtes, huizen, een restaurant en een trouwzaal beschilderd. In die schilderingen valt zijn fascinatie op en zijn voorkeur voor folklore / volkskunst zoals we die in Nederland onder andere kennen in de toegepaste kunst uit Hindelopen, Spakenburg en Bunschoten.

Menso Groeneveld is in 2003 afgestudeerd aan de Rietveld Academie in Amsterdam. Naast zijn vrije schilderijen heeft hij Frieling geassisteerd bij enkele grote muurschilderkunst projecten.

Gerben Koldijk woont en werkt in Amersfoort Hij is eveneens werkzaam als docent in Nunspeet waar hij schilderles geeft aan de Vrije Academie voor Beeldende Kunsten. Hij gaf ook les in kunstgeschiedenis aan de Volksuniversiteit Utrecht. Ook Koldijk heeft al verschillende keren met Frieling en andere kunstenaars muurschilderingen uitgevoerd. Dit is de eerste keer dat de vier kunstenaars in deze combinatie werken.

In het Mondriaanhuis worden de vier kunstenaars aangevuld met kalligrafieën van Afshin Afrouz (Teheran, 1964), vrijwilliger van het Mondriaanhuis, die zijn opleiding tot en kunde als kalligraaf in deze expositie aanwendt om titels en teksten om te zetten in zwierig, Farsi schrift.

De tentoonstelling Evolutie wordt geopend op zondag 29 januari 2012 om 16.00 uur en loopt tot en met 13 mei 2012.

Interview met Edwin Jacobs, directeur van het @CentraalMuseum in Utrecht

Een reflectief kunstenaar als museumdirecteur
Interview met Edwin Jacobs, directeur van Het Centraal Museum Utrecht,
ten behoeve van de HKU publicatie over de Toekomst van het kunstonderwijs voorjaar 2012

Interview: Anke Coumans
Redactie: Irun Scheifes

Edwin Jacobs studeerde aan de Academie voor Beeldende Vorming te Tilburg, of beter: Hogeschool Tilburg Faculteit Beeldende Vorming. Met aandacht voor namen en data, rustig pratend en helder articulerend, vertelt hij dat de academie van 1978 tot 1989 een tijdelijke faculteit van de universiteit was. Het project was een proeftuin voortgekomen uit de wens van Dhr. Keuzenkamp van OCenW om lerarenopleiding, kunstpraktijk en theoretische onderbouwing samen te brengen. Het beroemde Maaskant-gebouw waarin de opleiding huisde, was ontworpen als een groot transparant ateliergebouw, de kunstpraktijk in het gebouw was zichtbaar. Het klassikale onderwijs, gebaseerd op een gewoon schoolwerkplan, vond plaats in de ateliers. De lesstof werd uitgewerkt en vormgegeven in een doorlopende werkplaats. Maken en denken waren de beide zijdes van dezelfde medaille.
Zijn grote leermeester was Marcel Vos, in die tijd ook directeur van de post-academische kunstacademie Ateliers 63. Van hem leerde hij dat iedere kunstbeschouwer een ander uitgangspunt heeft ten aanzien van de kunst en bijgevolg een andere relatie met kunst aangaat. Waar de ene kunstbeschouwer denkt in kunstenaarschap, denkt de ander in kunst als verschijning. In dit denken is Jacobs getraind. Het heeft de wijze bepaalt waarop hij gedurende zijn loopbaan met kunst en met kunstenaars is omgegaan.

Het verhaal van de kunstenaar
Indicatief voor Jacobs houding is het project dat het Centraal Museum in 2011 organiseerde rondom de kunstenaar Robbie Cornelissen onder de naam Studio Vertigo. In dit project stond het kunstenaarschap centraal. Dit kunstenaarschap werd in co-ontwikkeling verder vormgegeven. Jacobs zegt hierover: “Robbie Cornelissen zei: okay ik teken, ik teken op de muur, ik teken driedimensionaal en ik teken met het publiek. Hij ontwierp een plan waar het publiek erg positief op reageerde en ook daadwerkelijk aan meedeed.”
Wil je met dit voorbeeld zichtbaar maken dat er een lijn valt te trekken tussen de wijze waarop je als kunstenaar bent opgeleid in een lesprogramma waarin denken en maken samenkomen en de wijze waarop in deze expositie handelen en reflecteren bij elkaar gebracht worden?
“Ja, en daar komt bij dat ik heel gevoelig ben voor het verhaal van de kunstenaar. Als ik werk zie in een galerie, op een beurs of een biennale is het bezoek aan de kunstenaar in zijn studio een essentieel onderdeel en dan wil ik dat je die ervaring kan vastpakken en tot praktijk van het museum maken, om alle mensen mee te nemen in het kleine wonder dat ik heb ervaren. Voor mij is De Wording van Cherry Duijns het ijkpunt geweest. Die film is aldoor fascinerend. Heel veel stiltes, weinig haast, wat opvallend is voor een film van begin jaren 80. We zien kunstenaars optreden, Ida Gerhardt, Hans van Maanen, Reinbert de Leeuw, Armando. We zien ze ieder op hun eigen manier de essentie zoeken van een beeld. Het mooie van die film, is dat dat beeld ook het opgeroepen beeld kan zijn, of het beeld van de herinnering, of het beeld van de taal. Dat is fascinerend. Daarom houd ik ook zo van interviewers als Adiaan van Dis en Ischa Meijer. Dat waren niet alleen hele goede interviewers, zij waren in staat de geïnterviewden te laten zien in hun denken, hun kijken, hun sensitiviteiten, inzichten, levenswijsheden. Dat zie ik nu nauwelijks meer, in deze tijd moet alles snel en kort zijn.’

De eigen tijd van het museum
Vanuit het belang dat Edwin Jacobs hecht aan het hebben en nemen van tijd, formuleert hij zijn visie op het onderwijs: “Voor mij is onderwijs een situatie waarin de tijd even wordt vertraagd. Dat vraagt de klas, dat vraagt de werkwijze van het onderwijs.”
Maar juist in het kunstonderwijs zijn de deuren naar de buitenwereld wijd open gezet en daarmee heeft het ook het tempo van die buitenwereld overgenomen.
“Dat is een interessante component en daar kan het museum een rol spelen. Het museum kan die tijd even stilzetten. In de blik van zeker de jonge kunstenaar is het doel van het museum de canonisering; als hij eenmaal in het museum hangt, begint het professionele leven van de kunstenaar, dan komt er een nieuw museum, dan komen de kopers. Maar je kunt ook een ander uitgangspunt nemen: het museum als instrument van reflectie, contemplatie. Daar kan het museum het kunstonderwijs aanvullen. En het is ook echt mijn plan daar invulling aan te geven.

Nieuwe praktijken
Jacobs wil graag dat het Centraal Museum samen met het kunstonderwijs op zoek gaat naar een samenwerkingsvorm waarin beide vanuit een inhoudelijke visie (met behoud van hun eigen identiteit) vernieuwen. Hij noemt als voorbeeld de wijze waarop in de diakoniek de kerk zich aan het vernieuwen is. “Je merkt aan veel parochies dat men zich anders tot de wijk wendt, niet meer vanuit dwang maar vanuit een open houding: iedereen is welkom. Er is sprake van een veel culturelere benadering van het idee kerk.” In dat kader noemt hij de lezingen die Huub Oosterhuis elke dinsdagavond van acht tot twaalf in de Rode Hoed organiseert over filosofie, kunst en cultuur en muziek. “Het gaat om het spirituele, om verlichting, het gaat over grotere gehelen. Overal vinden praktijken plaats die om een andere tijd en ruimte vragen.” Jacobs verwijst naar de uitspraak van Joseph Beuys: Jeder Mensch ein Künstler. “Het was er Beuys niet om te doen dat ieder mens de kunstenaar moet gaan spelen, maar dat ieder mens ontvankelijk zou zijn voor het verschijnsel kunst. Daarin moet je wel worden begeleid of opgevoed.” Jacobs merkt dat wanneer hij het museum transparant maakt en kunstenaars uitnodigt en public te werken, er een verbinding ontstaat. “De mensen vinden dat fantastisch, van hoog tot laag gaan ze ermee aan de slag.”
Maar hoe voorkom je dan dat het museum een kunstencentrum wordt, een ‘vormingscentrum’? Of heb je daar geen bezwaar tegen?
“Tja, ik heb er nog geen woorden voor, ik ben nog zoekende. Het vinden van de juiste woorden is van groot belang. Neem nu alleen al het woord ‘centrum’… Ooit had het woord ‘centrum’ een heel andere klank, dat was voordat we spraken over ‘zorgcentrum’, ‘bejaardencentrum’ en ‘winkelcentrum’. Zo moeten we nu op zoek naar nieuwe woorden om nieuwe functies tot uitdrukking te brengen.”
Blijft staan de vraag wat het doel is van het kunstonderwijs: kunstenaars met producten van hoogstaande kwaliteit opleiden of een andere culturele dimensie in de samenleving aan te brengen…
“Het museum is een principieel educatief instituut. Het heeft een publieke verantwoordelijkheid en alles wat zij doet heeft met die verantwoordelijkheid te maken. Als ik iets aanschaf heeft dat de bedoeling dat ik het zodanig kan presenteren dat de aanleiding om het te kopen helder is. Bij Robbie Cornelissen hebben we ervoor gekozen om niet de tekeningen te kopen, of de uitwerkingen, we hebben gekocht wat hij deed in het atelier, in de avonduren, toen hij erover nagedacht had. Vervolgens wordt bedacht in welke vorm dit aangekochte werk het best gepresenteerd kan worden. We bedenken bijvoorbeeld, wat is de inspiratiebron geweest? Kunnen we het documentatiemateriaal presenteren? Wat hierin nieuw is, is dat het museum vooraan komt te staan in het proces waartoe een presentatie of project leidt. En wanneer je in dat proces ook het publiek een plaats geeft, wordt het werk daarmee ook van het publiek. “

Kunst en design
Hoe ziet Jacobs eigenlijk de overeenkomst tussen kunst en design? Toen hij net begon als directeur van het Centraal Museum lag het dossier Rietveld op zijn bureau, er stond een grote tentoonstelling in de steigers. Rietveld werd in het vooronderzoek van alle kanten bekeken, niet alleen kunsthistorisch maar ook technisch. Jacobs: “Ik zei meteen vanuit de losse pols: we hebben hier te maken met een kunstenaar, of nog sterker: een studiokunstenaar: iemand die zich steeds opnieuw terugtrekt in zijn atelier om een ontwerpidee uit te werken, nooit los van de functie maar ondertussen wel op zoek naar de Gestaltung. Daarmee was de toon gezet.”
Niet de stoel als functioneel product maar de stoel in zijn totstandkoming interesseert hem. Voor de Rietveld-tentoonstelling voegde hij er een element van publieksparticipatie aan toe door mensen zelf een stoel in elkaar te laten zetten en uit elkaar te laten halen. Hiermee ervoeren mensen wat nu zo bijzonder was aan wat Rietveld gedaan had.
Daarmee haal je het ontwerpen naar het domein van de kunsten. Het gaat niet alleen om de functionele kwaliteit maar ook om de beeldende kwaliteit. Kan het ook andersom: de kunstenaars naar het domein van het ontwerpen halen?
“ Voor mij zijn er een paar hedendaagse voorbeelden: Joost Konijn met zijn houtauto, zijn vliegtuig: een concept leidt tot een vorm, binnen het uitgangspunt van het concept wordt expliciet vormgegeven. Hoe kun je bijvoorbeeld op hout en waterdamp een reis maken? Daar heb je een auto voor nodig die daarop functioneert. Heel kort door de bocht: hoe kun je op een kachel een auto aandrijven? Tweede voorbeeld: Joep van Lieshout, opgeleid als beeldend kunstenaar, ontwerpt eigenlijk in een paar vierkante meter een wereldbeeld. Het wereldbeeld kent afspraken, een grammatica, het heeft een idioom. En het wordt op basis daarvan vormgeven. En het lukt Van Lieshout dat idioom constant door te ontwikkelen. Hij is zich zeer bewust van de relatie tussen het een en het ander. Tenslotte Jurgen Bey. Bey denkt in productieprocessen en in functionaliteiten en prototypes. Maar hij denkt eigenlijk in veranderingen. Hoe verandert winkelen? Of naar het kantoor gaan, van het huis op de fiets naar het stadion?”
Het is de reflectie uit het atelier die nu de blik op de buitenwereld is geworden. De reflectie die eerst enkel in het atelier plaatsvond heeft iemand meegenomen naar onze wereld.
“Jazeker, en ook de mode is een mooi voorbeeld. Mode heeft altijd een draagbare kant, bereikbaar voor het grote publiek. Aan de andere kant van het spectrum staan de modeprincipes die niets meer te maken hebben met draagbaarheid. De architectuur kent ook deze twee kanten. Ik denk aan Lieberman die vanuit een grondplan aan een historische plek betekenis wil geven. Hij geeft een groter verband een vorm.

Geen instituties maar faciliteiten en praktijken
Onderwijs en kunst verbinden in het landelijk beleid lijkt niet zo goed te lukken. In de aantekening die je me stuurde spreek je over ‘de gescheiden paden van onderwijs, cultuur en wetenschappen’, daarmee verwijzend naar het departement OCenW. Wat bedoel je daar precies mee?
“Als ik directeur van een kunstacademie was geweest dan zou mijn eerste gedachte zijn: hoe onderwijs je in cultuur en hoe integreer je cultuur in het onderwijs? Wat ik daarmee bedoel is: het leren komt in een cultureel verband te staan, een bewustzijn van kunstenaarschap, artisticiteit aan de ene kant en aan de andere kant verwijst het naar de kwaliteit van de kunstenaar: andere wegen zoeken; en dat experiment leidt tot onderwijsvernieuwing.”
Bedoel je te zeggen dat onderwijsvernieuwing als vanzelf voortkomt uit het nadenken over de cultuur waar zij in functioneert?
“Nee, ik bedoel dat het kunstvakonderwijs een kans heeft om ontwikkelingen in het onderwijs aan te jagen. De vernieuwende kracht van de kunsten zou zich op het onderwijs zelf moeten richten. Kunstonderwijs zou moeten zeggen: wij vallen niet alleen onder de O van onderwijs maar ook onder de C van cultuur omdat wij deel uitmaken van het kunstonderwijs. Het kunstonderwijs biedt de kans om deze beide poten bij elkaar te brengen. Niet alleen de musea behoren onder de C van cultuur, ook het kunstonderwijs. De stap erna is om ook de W van wetenschap erbij te betrekken, maar laten we eens beginnen om vanuit het thema verbinding de O en de C bijeen te brengen.” Jacobs ziet dat vernieuwing in het onderwijs ook steeds is voortgekomen vanuit mensen die juist vanuit kunst en cultuur keken, denk aan Rudolf Steiner, Freinet, Parkhurst. “Het kunstonderwijs heeft de kans en de verantwoordelijkheid het onderwijs te vernieuwen vanuit haar culturele positie. Dus niet alleen zichzelf maar ook het middelbare onderwijs. Waarom gaan kunstenaars bijvoorbeeld niet gewoon voor de klas staan? Wij hoeven ons toch niet neer te leggen bij de beslissingen van dit kabinet? Wij hebben toch ook een eigen verantwoordelijkheid? Bovendien hoeven we niet in instituties te denken. We kunnen ook in faciliteiten denken. Kunstenaars kunnen iets faciliteren, los van instituties. Het is belangrijk te denken vanuit mogelijkheden: wat kunnen kunst en cultuur veroorzaken. Daarom zou de hele sector moeten denken: hoe kunnen we de O en de C verbinden? Hoe kunnen we weigeren te denken in de doelbewuste opdeling? We moeten ons niet laten scheiden in O- en C-instituties, we moeten denken in verbindende praktijken, in coalities”.

#Persbericht Mondriaanhuis: Kinderworkshop ‘droombomen’

Op woensdag 28 december van 14.00 tot 16.00 uur organiseert het Mondriaanhuis een workshop voor kinderen van 7 t/m 11 jaar. Zij gaan aan de slag met karton en verf om hun eigen ‘droomboom’ te creëren. Na afloop is er een kleine expositie in het museum en mogen ouders en belangstellenden het resultaat komen bewonderen.

Piet Mondriaan schilderde jarenlang bomen. Die gingen er steeds minder echt uitzien en steeds meer zoals hij ze wilde weergeven en beleven. In de workshop ‘droombomen’ gaan kinderen met dit gegeven aan het werk. Ze maken kennis met Mondriaan en met zijn speciale kijk op de wereld. Daarna mogen ze zelf bedenken en schilderen hoe hun eigen droomboom er uitziet.

Kosten: €7,50, inclusief materiaal, limonade en koek.
Op vertoon van UROpas zijn de kosten 5 URO’s + €2,50.
Reserveren: via info@mondriaanhuis.nl of bel 033 4600170 (tijdens kantooruren).
Een reservering is definitief als je tegenbericht hebt ontvangen.

Op woensdagen in de schoolvakanties organiseert het Mondriaanhuis kinderworkshops voor kinderen in de leeftijd van 7 t/m 12 jaar. De workshops hebben telkens een ander thema, met als uitgangspunt het werk van Mondriaan of de kunstwerken die tijdens de tijdelijke tentoonstellingen in het Mondriaanhuis te zien zijn.